Dikkie Scipio:
‘Alles wat je toevoegt moet anders en nieuw zijn’

↑ Beeld Amy van Leiden Tekst Cynthia Verspeek
‘Alles wat je toevoegt moet anders en nieuw zijn. Anders krijg je meer van hetzelfde maar dan slechter. Ik zie dat als een nieuwe opgave.’ Volgens Dikkie Scipio is het herbeleven van het oude gebouw belangrijk als het gaat om renovaties. In de nieuwe podcastreeks ‘(Ge)bouwen met geschiedenis vertelt ze dat nieuwe toevoegingen niet alleen moeten bijdragen aan de kwaliteit van het bestaande, maar vooral toekomstbestendig moeten zijn.’
Dikkie Scipio (KAAN Architecten) heeft al aan veel renovaties meegewerkt. Bijna twintig jaar is ze bezig geweest met de renovatie en uitbreiding van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA). Nu werkt ze onder andere aan het Catherijneconvent en Paleis het Loo. Dit zijn allemaal gebouwen uit verschillende tijdperken, maar toch verschilt haar ontwerpbenadering niet wezenlijk, zo vertelt ze aan hoofdredacteur Merel Pit en journalist Tracy Metz. ‘De gemene deler is om erachter te komen wat de essentie is van de gebouwen en vanuit daar verder werken naar het hedendaagse. Dat is iets anders dan verder bouwen of restaureren van wat er al is.’
‘Er moet een reden zijn waarom het gebouw er nog staat’
Ieder gebouw wordt op een andere manier gerenoveerd en/of verbouwd, maar toch zijn de stappen altijd hetzelfde. De belangrijkste stap is dat het gebouw goed wordt gelezen. ‘Er moet een reden zijn waarom het gebouw er nog staat. Het gebouw moet tijdsbestendig zijn en er moet iets zijn waarom mensen ervan zijn gaan houden.’

↑ Beeld Amy van Leiden
Opvallend bij projecten door KAAN is dat oud en nieuw vaak duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn, zoals bij de verbouwing van het KMSKA. De handtekening van het architectenbureau is goed afleesbaar, zoals bij veel projecten het geval is. Daartegenover stelt Jan Peter Wingender van Office Winhov de renovatie en verbouwing van kantoorgebouw de Walvis in Amsterdam. ‘Veel mensen hebben niet door dat het is aangepakt. Ik vind dat fascinerend.’
Als laatste wil Scipio benadrukken hoe belangrijk historische kennis van gebouwen is. ‘Ik wil nog even in de bres springen voor al die rakkers – van monumentenzorg. Het is wel zo dat we een beetje geneigd zijn als mensheid om het kind met badwater weg te gooien. Ik leun heel sterk op de mensen die daar zitten met een ongelofelijke bron aan kennis.’ Als deze kennis verloren gaat is ze bang dat er te snel een liefde voor oud ontstaat, zonder dat wordt verstaan waar het goed voor is.