Het architectonisch werk van kaan architecten

Nieuwe monumenten

KAAN Architecten is een van de meest succesvolle Nederlandse architectenbureaus van deze tijd. Tot de belangrijkste projecten van het Rotterdamse bureau behoren de Hoge Raad der Nederlanden in Den Haag, het Institut des Sciences Moléculaires d’Orsay in Orsay en Crematorium Siesegem in Aalst. Kenmerkend voor al deze gebouwen is het integrale ontwerp dat van stoel tot stad gaat.

Tekst Marieke Giele

Tussen de hoogbouw aan de Boompjes in Rotterdam staat een oud gebouw met een karakteristieke bakstenen gevel. Dit gemeentelijke monument is na de oorlog ontworpen door Henri Zwiers als bijkantoor van De Nederlandse Bank. Aan het begin van deze eeuw kwam het pand echter leeg te staan en raakte het steeds meer in verval. Na een ingrijpende herstructurering doet het monumentale gebouw nu dienst als bedrijfsverzamelgebouw De Nieuwe Boompjes.


Via een centrale entreehal met oude mozaïeken op de muren leidt een statige lift naar de tweede verdieping. Hier is sinds twee jaar het hoofdkantoor van KAAN Architecten gevestigd. Tussen de oude betonnen kolommen en met uitzicht op de Maas werken ruim tachtig ontwerpers aan de prijsvragen en lopende projecten van het bureau. Hun frisse energie is goed voelbaar in de grote ruimte.


Het interieur kenmerkt zich door de industriële monumentaliteit. Dankzij de toevoeging van donker notenhout ontstaat een goede balans met de ruwe uitstraling van de bestaande betonstructuur. Het staat symbool voor een kenmerkende ontwerpwijze, die KAAN Architecten zelf omschrijft als ‘functionalisme met een toegevoegde waarde’.

Succesvol bureau

Het huidige bureau is voortgekomen uit het voormalige Claus en Kaan Architecten, dat in 1987 werd opgericht door Felix Claus en Kees Kaan. Na negen jaar aan intensieve samenwerking besloten de oprichters in 1996 om vanuit twee vestigingen te gaan opereren. Felix Claus werkte in Amsterdam aan de opdrachten in het noorden van Nederland en Kees Kaan richtte richtte zich samen met zijn partners Vincent Panhuysen en Dikkie Scipio vanuit Rotterdam op de projecten in het zuiden van het land.

Uiteindelijk zijn de bureaus begin 2014 formeel opgesplitst, waarbij het Rotterdamse kantoor onder leiding van Kees Kaan, Vincent Panhuysen en Dikkie Scipio verder ging als KAAN Architecten. In zekere zin was dat geen grote verandering. De twee vestigingen opereerden immers al grotendeels onafhankelijk van elkaar. Maar het betekende wel dat het bureau zich zelfstandig moest zien te bewijzen.

In de daaropvolgende periode groeide KAAN Architecten uit tot een van de meest succesvolle Nederlandse architectenbureaus van deze tijd. Daarnaast breidde het bureau uit naar het buitenland. In 2017 opende het Braziliaanse kantoor in São Paulo en begin dit jaar kwam daar nog een nieuwe vestiging in Parijs bij. Onder de dagelijkse leiding van respectievelijk Renata Gilio en Marylène Gallon werken deze ‘satellietbureaus’ aan het versterken van het internationale profiel van KAAN Architecten.

Kees Kaan

Beeld Sophia van den Hoek, Studio Unfolded

Dikkie Scipio

Beeld Casper Rila

Vincent Panhuysen

Beeld Dominique Panhuysen

Sterk concept

Opvallend is dat het bureau zich in de afgelopen jaren veel op publieke opgaven heeft gericht, die het middels aanbestedingen binnenhaalt. Dat vraagt om een specifieke benadering, waarbij de essentie van een project in één keer duidelijk moet zijn. Daarvoor gaat het bureau altijd eerst op zoek naar een sterk concept dat als basis dient voor het ontwerp. En vervolgens is het van belang om het project door middel van een heldere communicatie goed over te brengen.

Zo ging het bureau ook te werk bij de selectieprocedure voor de Hoge Raad der Nederlanden in Den Haag. Vanaf het begin af aan was het bureau zich bewust van de maatschappelijke betekenis van deze hoogste rechter. Dat heeft uiteindelijk geleid tot een sterk concept, dat uitdrukking geeft aan de tweedeling van dit rechtsorgaan. Waar de publieke onderbouw aansluit bij de stad, is de opbouw met werkverdiepingen juist afgezonderd van dit alles.

In het geval van de Hoge Raad gaat het zelfs om een DBFMO-opdracht (Design Build Finance Maintain Operate). Dat betekent dat het consortium ook verantwoordelijk is voor de jarenlange exploitatie van het gebouw. Niet alleen architect en aannemer, maar ook de gevelbouwer en schoonmaker moesten dus goed samenwerken om alles op elkaar af te stemmen. Hoewel dat vraagt om standvastigheid van alle partijen, heeft dat uiteindelijk wel geresulteerd in een integraal project.

↑ Hoge Raad der Nederlanden in Den Haag Beeld Fernando Guerra - FG+SG

Van stedelijk weefsel

Deze integrale aanpak is ook kenmerkend voor de ontwerpen van het bureau, waarin stedenbouw, architectuur en interieur samenkomen. Vanuit een grondige analyse zoekt een multidisciplinair team altijd naar een goede inpassing van een project in de omgeving. Dat komt goed naar voren bij twee gebouwen die KAAN Architecten onlangs opleverde in Aalst (België).

In het centrum van de stad realiseerde het bureau onder de naam Utopia een nieuw onderkomen voor de bibliotheek en de Academie voor de Podiumkunsten. Dit gebouw voegt zich op een natuurlijke wijze in het stedelijk weefsel. Niet alleen door een bestaand gebouw te incorporeren, maar ook door aan verschillende zijden nieuwe pleinen te creëren.

Hier zijn grote gevelopeningen in het gebouw gemaakt, waardoor het kan communiceren met de omgeving. Zo ontstaan levendige plekken waar stad en interieur elkaar ontmoeten. Daarmee heeft het bureau het gebouw als vanzelfsprekend ingebed in het stedelijk weefsel en voegt het een nieuwe waarde toe aan de stad.

↑ Utopia in Aalst Beeld Delfino Sisto Legnani e Marco Cappelletti

↑ Crematorium Siesegem in Aalst Beeld Sebastian van Damme

Tot introvert domein

Tegelijkertijd werkte KAAN Architecten aan een heel ander type project. Aan de rand van de stad moest namelijk het Crematorium Siesegem komen. Deze specifieke opgave vraagt juist om een terughoudende architectuur die gericht is op bezinning. KAAN Architecten besloot dan ook om het crematoriumterrein af te schermen van de omliggende omgeving.

Zo is een introvert domein ontstaan waar de wereld even vertraagt en mensen het dagelijkse leven achter zich kunnen laten. Hier realiseerde het bureau een nieuw crematorium dat als een vierkante doos in het afgeschermde, serene landschap staat. Daar waar het gebouw zich opent, gaan interieur en omgeving een dialoog met elkaar aan.


Waar Utopia zich extravert opstelt en een duidelijke relatie aangaat met de stad, kenmerkt het crematorium zich juist als een introvert gebouw dat zich richt op het landschap. Toch is dat ook hetgeen wat beide projecten met elkaar verbindt. Vanuit de analyse naar de context en de opgave reageren ze op de omgeving. En daarmee leveren ze elk op een eigen manier een maatschappelijke bijdrage aan hun omgeving.

↑ Institut des Sciences Moléculaires d’Orsay (ISMO) in Orsay Beeld Sebastian van Damme

Heldere organisatie

Naast de analyse van de omgeving is ook de analyse van het programma een terugkerend thema in de projecten. Zeker bij de grote, publieke projecten is dat een belangrijk onderdeel. Daarbij zoekt het bureau naar een heldere organisatie van het vaak complexe programma. Door deze losse onderdelen te clusteren, kan uiteindelijk een duidelijke indeling worden gemaakt.

Dat komt goed naar voren bij het Institut des Sciences Moléculaires d’Orsay (ISMO) in Orsay. Dit is een topinstituut voor moleculaire fysica en fysische chemie, waar verschillende programmaonderdelen in zijn ondergebracht. Door het gebouw op te delen in twee zones, een voor de kantoren en een voor de laboratoria, ontstaat direct een duidelijke plan.

Dat is niet alleen zichtbaar in de plattegrond van het gebouw, maar ook in het gevelbeeld. Waar de laboratoria herkenbaar zijn door de transparante gevel, zijn de gevels van de kantoren juist ingekaderd in een strak raster van beton. Dat maakt gebruikers nog eens extra bewust van de verschillende programma’s die zijn ondergebracht in het gebouw.

Achterliggende programma

Een dergelijke uitwerking van de gevel past KAAN Architecten vaker toe. Onlangs leverde het bureau in Tilburg nog het CUBE Onderwijs en zelfstudiecentrum op, waar dit goed zichtbaar is. Dit vierkante gebouw heeft in eerste instantie een homogene uitstraling, maar opent zich met een transparantere zuidgevel net wat meer richting het campusterrein.

Hier bevinden zich de twee entrees van het gebouw. Precies aan deze zijde is ook de belangrijkste ruimte van het onderwijscentrum, namelijk het auditorium, gesitueerd. Dankzij de glazen wanden ontstaat een directe doorkijk van buiten naar binnen, en andersom. Dat geeft buitenstaanders een idee over de colleges die in het gebouw plaatsvinden.

Daarmee geeft de gevel op subtiele wijze al meer prijs over het achterliggende programma. Tegelijkertijd hebben studenten van binnenuit veel meer zicht op het omliggende groen. Dat zorgt voor een sterke wisselwerking tussen interieur en omgeving. Zo maakt het gebouw nieuwe vormen van interactie mogelijk.

Integraal ontwerp

Duidelijk is dat context en programma telkens samenkomen in de ontwerpen van KAAN Architecten. Vanuit een heldere analyse is het bureau in staat om complexe opgaves aan te pakken en tot een integraal ontwerp te komen. Dat resulteert in ogenschijnlijk eenvoudige oplossingen die een intuïtief gebruik van het gebouw stimuleren.

Het bureau weet op deze manier telkens weer bijzondere publieke projecten. Dankzij de ingetogen ontwerptaal ontstaan tijdloze gebouwen. Tegelijkertijd zorgt het verfijnde materiaalgebruik voor een chique uitstraling. Daarmee kenmerken alle gebouwen van KAAN Architecten zich door een nieuwe vorm van monumentaliteit.


↓ CUBE Onderwijs en zelfstudiecentrum in Tilburg Beeld Simone Bossi